Salta al contenuto principale

Diensten ruilen met een collega

Luisteren B1 Twee collega's overleggen op het werk of ze van dienst kunnen ruilen vanwege een familieverjaardag en een tandartsafspraak.
Sanne: Mark, heb je heel even tijd? Ik wilde je wat vragen over ons werkrooster van volgende week.
Mark: Ja hoor Sanne, ik zit net aan de koffie. Wat is er aan de hand?
Sanne: Nou, ik sta ingeroosterd voor de zaterdagdienst, maar mijn oma viert dan haar tachtigste verjaardag. Zou jij misschien met mij kunnen ruilen?
Mark: Oei, aanstaande zaterdag? Dat is wel een beetje lastig. Ik heb 's ochtends vroeg namelijk een voetbalwedstrijd van mijn zoon.
Sanne: Het gaat eigenlijk om de middagdienst, van twee tot zes uur. Zou dat wel lukken?
Mark: Ah, de middagdienst! Ja, dat verandert de zaak. De voetbalwedstrijd is rond twaalf uur wel afgelopen.
Sanne: Echt? Dat zou geweldig zijn! Dan neem ik jouw ochtenddienst op de donderdag over, als je wilt?
Mark: Graag, want op donderdagochtend moet ik eigenlijk naar de tandarts. Dan kan ik die afspraak mooi laten staan.
Sanne: Super, heel erg bedankt Mark! Ik zal de wijziging meteen doorgeven aan onze teamleider.
Mark: Geen dank, Sanne. Veel plezier alvast op de verjaardag van je oma!
1. Waarom wil Sanne haar dienst ruilen?
2. Waarom twijfelt Mark in het begin?
3. Welke dienst gaat Mark nu werken op zaterdag?
4. Wat doet Sanne in ruil voor Marks hulp?
5. Wat gaat Sanne nu meteen doen?