← Terug naar overzicht Tegenwoordige tijd B1 Ik Leeg 1 altijd met de bus als de trein niet rijdt. (gaan) De conductrice Leeg 2 alle kaartjes in de intercity. (controleren) Wij Leeg 3 blij dat de metro weer op tijd rijdt. (zijn) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht