← Terug naar overzicht De Zomerse Tuin of het Balkon (Tegenwoordige Tijd) A2 Ik Leeg 1 op het balkon. (zitten) De zon Leeg 2 vandaag heerlijk. (schijnen) Mijn buurman Leeg 3 in zijn tuin. (werken) Ik Leeg 4 een goed boek. (lezen) Soms Leeg 5 ik de vogels zingen. (horen) Mijn planten Leeg 6 goed. (groeien) Ik Leeg 7 ze elke dag water. (geven) Mijn kat Leeg 8 op een stoel. (slapen) Wij Leeg 9 koffie in de tuin. (drinken) Het Leeg 10 een rustige middag. (zijn) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht