← Terug naar overzicht Tegenwoordige tijd: In de apotheek A2 Ik Leeg 1 naar de apotheek. (gaan) Ik Leeg 2 iets tegen hoofdpijn. (zoeken) De apotheker Leeg 3 bij de balie. (staan) Ik Leeg 4 om paracetamol. (vragen) Zij Leeg 5 in haar computer. (kijken) Ze Leeg 6 uit hoe ik het moet gebruiken. (leggen) Ik Leeg 7 twee pakjes mee. (nemen) Ik Leeg 8 met mijn pinpas. (betalen) Zij Leeg 9 mij de bon. (geven) Ik Leeg 10 dat de pijn snel verdwijnt. (hopen) Volgende oefening → ← Terug naar overzicht