Apotheker: Goedemiddag. Kan ik u helpen?
Meneer Bakker: Ja, ik kom medicijnen ophalen voor mijn vrouw.
Apotheker: Wat is haar geboortedatum?
Meneer Bakker: Twaalf april, negentien-zesenzeventig.
Apotheker: Ja, ik zie het. Zij moet twee keer per dag één tablet nemen. Bij het eten.
Meneer Bakker: Twee tabletten per dag dus. Dank u wel!