← Terug naar overzicht Luisteren A2 Een man haalt medicijnen op voor zijn vrouw bij de apotheek. Lees mee (transcript)Apotheker: Goedemiddag. Kan ik u helpen? Meneer Bakker: Ja, ik kom medicijnen ophalen voor mijn vrouw. Apotheker: Wat is haar geboortedatum? Meneer Bakker: Twaalf april, negentien-zesenzeventig. Apotheker: Ja, ik zie het. Zij moet twee keer per dag één tablet nemen. Bij het eten. Meneer Bakker: Twee tabletten per dag dus. Dank u wel! 1. Voor wie haalt de man medicijnen op? A. Voor zichzelf. B. Voor zijn vrouw. C. Voor zijn dochter. 2. Wat is de geboortedatum van de vrouw? A. Twaalf april. B. Twee april. C. Twaalf mei. 3. Hoeveel tabletten moet de vrouw elke dag nemen? A. Eén tablet per dag. B. Twee tabletten per dag. C. Drie tabletten per dag. 4. Wanneer moet de vrouw de tabletten innemen? A. Voor het slapen. B. In de ochtend. C. Tijdens het eten. 5. Waar is de man nu? A. Bij de huisarts. B. In de apotheek. C. In het ziekenhuis. Volgende oefening → ← Terug naar overzicht