Перейти до основного вмісту

Bij de apotheek

Luisteren A2 Een man haalt medicijnen op voor zijn dochter bij de apotheek.

Apothekersassistente: Goedemiddag. Kan ik u helpen?

Meneer Jansen: Ja, ik kom medicijnen ophalen voor mijn dochter, Sophie Jansen.

Apothekersassistente: Wat is haar geboortedatum?

Meneer Jansen: Haar geboortedatum is vier april tweeduizend twaalf.

Apothekersassistente: Ja, ik zie het. Het is een drankje tegen de hoest. Ze moet twee keer per dag vijf milliliter nemen.

Meneer Jansen: Moet ze dat voor of na het eten innemen?

Apothekersassistente: Het liefst na het eten. En bewaar het flesje in de koelkast.

Meneer Jansen: Duidelijk, dank u wel.

1. Voor wie zijn de medicijnen?
2. Wat is de geboortedatum van de dochter?
3. Wat voor medicijn krijgt de man mee?
4. Wanneer moet het meisje het medicijn innemen?
5. Waar moet de man het medicijn bewaren?