Перейти до основного вмісту

Werkwoorden in het ziekenhuis (Tegenwoordige tijd B1)

Tegenwoordige tijd B1
Ik
me de laatste dagen niet zo goed. (voelen)

Останніми днями я почуваюся не дуже добре.

Jij
morgen weer bellen voor de uitslag van de test. (kunnen)

Ви можете зателефонувати завтра знову, щоб дізнатися результат тесту.

De verpleegkundige
de bloeddruk van de patiënt. (meten)

Медсестра вимірює пацієнтові артеріальний тиск.

Wij
hier voor een controle-afspraak bij de cardioloog. (zijn)

Ми тут на плановий огляд у кардіолога.

Jullie
al lang in de wachtkamer op de dokter. (wachten)

Ви довго чекаєте у приймальні на лікаря.

Mijn ouders
veel vragen voor de specialist. (hebben)

У моїх батьків багато запитань до фахівця.

De dokter
een recept voor antibiotica uit. (schrijven)

Лікар виписує рецепт на антибіотики.

u alstublieft zitten, mijnheer, dan help ik u zo. (Gaan)

Будь ласка, сідайте, пане, я зараз вам допоможу.

Ik
over drie weken terug voor de volgende afspraak. (komen)

Я повернуся за три тижні на наступний прийом.

Het
nog steeds een beetje pijn als ik loop. (doen)

При ходьбі все ще трохи болить.